077 - 387 39 29   € => NL92 RABO 0100 9402 85 parochiekantoor@rkpfblerick.nl

Titus Brandsma en de diakonie

Zondag 15 mei is Titus Brandsma (1881-1942) in Rome heilig verklaard. Een Nederlandse Karmeliet, hoogleraar aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen, grote voorman van het katholiek onderwijs in ons land, en geestelijk adviseur van de Nederlandsche Rooms-Katholieke Journalistenvereeniging. Hij zette zich in voor de vrede, voor de oecumene, en was tegen racisme en discriminatie. Hij verzette zich dan ook fel tegen de anti-joodse maatregelen van de Duitse bezetter. In opdracht van kardinaal de Jong ging hij rond langs de katholieke pers om hen aan te sporen geen anti-joodse berichten van de bezetter of advertenties van de NSB op te nemen. Dit moest hij met zijn arrestatie in januari 1942 en zijn dood in het concentratiekamp Dachau op 26 juli van datzelfde jaar bekopen.

Titus was ondanks zijn grote geleerdheid een eenvoudig mens, een Karmeliet in hart en nieren, die zich in de eerste plaats inzette voor zijn medemens. Pater Brocardus Meijer O.Carm. schrijft in zijn boek over Titus: “Heel zijn veelzijdige leven stond in het teken van de dienende liefde, de christelijke hulpvaardigheid.” Hij noemt hem zelfs ‘de apostel van de dienende liefde’.[1] Titus had altijd een luisterend oor voor mensen met geestelijke nood, naast zijn tijd voor studie besteedde hij de overige tijd voor zijn medemensen. Vele verhalen zijn daarover bewaard gebleven, brieven die mensen uit dankbaarheid schreven voor zijn bemiddeling of financiële hulp. Brieven van zowel de eenvoudigsten als ook van hooggeplaatsten, van medebroeders in het priesterambt en kloosteroversten, Titus was er voor íedereen zonder onderscheid des persoons. Mensen die hij in Nijmegen op straat tegenkwam, stopte hij geld toe als hij van hun noden hoorde. Bekend is het verhaal van de marktkoopman, die hij iedere ochtend hielp zijn kar omhoog te duwen in de Stikke Hezelzstraat, een steile straat in het centrum van Nijmegen.

Maar zijn dienstbaarheid beperkte zich niet alleen tot het kleine, alledaagse pastoraat van de nabijheid, hij zette zich ook in voor grotere zaken. Zo speelde hij een grote rol voor het rooms-katholiek middelbaar onderwijs en de katholieke dagbladpers. Beide zaken waren belangrijk voor de emancipatie van het katholieke volksdeel, lange tijd in Nederland achtergesteld door het protestantse deel van de bevolking. Constant Dölle schrijft hierover: “Het zijn twee belangrijke invloedsgebieden die zozeer in de lijn liggen van Titus’ roepingbesef dat hij zich daar geheel op eigen erf voelt. Hij is voor zijn gevoel met de juiste dingen bezig.”[2] Titus gaat na zijn studies in Rome in 1909 in Oss op de opleiding van de Karmelieten werken als docent wijsbegeerte. Hij ziet bij zijn rondgangen door Oss dat er in de streek een groot tekort is aan goed middelbaar onderwijs, en ijvert voor de oprichting van een middelbare school in Oss. In 1919 leidt zijn inzet tot resultaat. Ook in Twente realiseert hij een katholieke middelbare school in Oldenzaal. Zo staat hij aan de wieg van het netwerk van Carmelscholen in Nederland, de huidige stichting Carmelcollege. Hij blijft zich zijn hele verdere leven inzetten voor het middelbaar onderwijs, en trekt in de zomermaanden als gecommitteerde door het land om toezicht te houden bij de eindexamens op de middelbare scholen, om zo het niveau te bewaken en te zorgen voor een goede overgang van middelbare school naar universiteit.

In 1923 komt ook de Katholieke Universiteit Nijmegen tot stand, alwaar hij als hoogleraar wijsbegeerte en ‘geschiedenis van de vroomheid’ (mystiek) een aanstelling krijgt. Titus is daar in het academisch jaar 1932-1933 rector magnificus, en in zijn diesrede over het Godsbegrip in de moderne tijd spreekt hij ook uitgebreid over het onderwijs. Belangrijke waarden die men daar moet onderrichten zijn ontvankelijkheid, dat het kind zich openstelt voor de ander en niet blijft hangen in ik-gerichtheid, en eerbied. Voor Titus ligt eerbied voor de mens op een hoog niveau. Het is een cruciaal begrip in zijn diesrede. “Zijn eerbied komt voort uit het feit dat de mensen allen in en door God met elkaar zijn verbonden en tot elkaar zijn geordend. Deze eerbied voor de ander brengt hem ertoe zijn medemens ruimte te geven waarin hij zichzelf kan zijn. Een ruimte waarin niet wordt uitgebuit, waar hij niet aan zijn lot wordt overgelaten, waar hij goed op zijn plaats is. Ruimte scheppen voor de ander betekent opzij staan, een stap achteruit zetten, terughoudend zijn”, zo beschrijft Constant Dölle Titus’ visie op eerbied.[3] Deze visie bracht hij ook zelf in de praktijk; studenten waardeerden vooral in hem zijn begrip voor ieders aanleg en ambitie. En zo maakt Titus ook ernstig bezwaar tegen de maatregelen van de Duitse bezetter, als zij in augustus 1941 bepaalt dat Joodse kinderen niet meer thuis horen op de scholen in Nederland. In een brief aan de schoolbesturen van 8 sept. 1941 schrijft hij: “… het moet ook door ons als een schrijnend onrecht en als aantasting van de taak van de Kerk worden gevoeld, dat aan haar onderricht  gewelddadig personen worden onttrokken die dit onderricht vragen. De Kerk kent in de vervulling van haar zending geen onderscheid van geslacht, ras en volk.”[4] Hoe modern klonk dit al voor die tijd.

In 1935 wordt Titus door kardinaal de Jong benoemd tot geestelijk adviseur van de Nederlandsche Rooms-Katholieke Journalistenvereeniging. In zijn dankwoord bij zijn installatie wijst Titus er op dat de katholieke pers natuurlijk eerst en vooral de katholieke zaak moet dienen, maar daarnaast zeker ook de liefde moet hooghouden. “En die liefde moet blijken uit de toon, de irenische (= vredelievende) toon van de katholieke pers.”[5] In zijn werk als geestelijk adviseur van de journalistenvereniging hield hij zich niet alleen bezig met de ‘grote’ zaken: ook in het klein stond hij journalisten bij als hen onrecht werd aangedaan, of als zij in geestelijke of financiële nood verkeerden. Zo hij strijdt ook bij de directies van de katholieke dagbladen voor goede arbeidsovereenkomsten voor de journalisten en andere medewerkers.

Vanwege zijn rondgang langs de katholieke pers, waarbij hij hen opriep geen advertenties meer van de NSB of de Nazi’s op te nemen, wordt hij op 19 januari 1942 door de Duitsers gearresteerd. Eerst zit hij in Scheveningen in de gevangenis, in eenzame opsluiting, en komt op 12 maart van dat jaar terecht in het Durchgangslager Amersfoort. Daar stelt hij zich ten dienste van zijn medegevangenen. Hij maakt iedere dag een rondgang lang de zieken en stervenden, om hen moed en kracht in te spreken, soms slechts met een klein gebaar: een kruisje op iemands voorhoofd. Samen met een paar dominees, die hier ook gevangen zitten, houdt hij lijdensmeditaties. Hier houdt hij ook zijn beroemde Goede Vrijdag meditatie, waarin het eigen lijden van de mensen in het kamp een stem krijgt. Na de oorlog hebben velen getuigd hoeveel steun zij van Titus’ woorden hebben mogen ontvangen, zowel katholieken als niet-katholieken, gelovigen als ongelovigen.

Op 16 juni 1942 vertrekt Titus vanuit Kleef per trein naar Dachau, zijn laatste reis, alwaar hij op 19 juni arriveert. Hij is dan al erg verzwakt, maar ondanks alles zoekt hij contact met medebroeders, Nederlandse, Poolse en Duitse Karmelieten, en andere gevangenen, om elkaar te steunen door gebed en liefde. Alle getuigen bevestigen dat hij rust en evenwicht uitstraalde, en hen daardoor kracht kon geven om te overleven. Ook in deze laatste fase van zijn leven blijft Titus een mens van de dienende liefde; ondanks alle mishandelingen door kampbewakers klaagde hij nooit, maar bad met de woorden van Christus: “Heer, vergeeft het hun.” Op 26 juli 1942 sterft Titus te Dachau ten gevolge van een dodelijke injectie.

 

G.B.J.M. Dölle

Woordje van de pastoor

‘Als God soms een deur voor je sluit, opent Hij elders een venster’

Een bekend gezegde. Wat zou een open venster kunnen betekenen? Een open venster is vaak een wending op je kijk op je leven, je omstandigheden. Opeens zie je andere mogelijkheden.
>Wanneer wordt dit gezegde actueel in je leven? Ik heb het zelf meegemaakt toen een van de vrijwilligers stopte met zijn werk voor de kerk. Toen dacht ik: hoe nu verder? Wie kan ik in zijn plaats nog vinden? En wat was het resultaat? Nu heb ik voor dat werk vier actieve mensen.

Soms hoor ik mensen zeggen: ik wil graag iets doen, maar weet niet wat. Als u bereid bent om als vrijwilliger iets te doen voor de kerk, bel of mail gerust naar mij. Dan gaan wij samen kijken naar een leuke invulling voor uw wens.

Jongstleden is de Blerickse krant gestopt met verschijnen. Dat was wel een schokkend bericht voor de betrokken mensen.  In deze krant schrijf ik iedere keer een artikel en publiceren wij altijd een overzicht van alle kerkdiensten en misintenties. Wat nu te doen? Een goede vraag. Er is geen alternatief voor de Blerickse krant gekomen. Daarom gaan wij onze eigen website en alle email adressen gebruiken om meer mensen te bereiken met onze berichten.

‘Als God soms een deur voor je sluit, opent Hij elders een venster’. Sommige deuren sluiten wij zelf en andere deuren gaan vanzelf dicht. Als wij kunnen blijven vertrouwen op God, geeft Hij ons de moed en de kracht om verder te gaan.

Pastoor Muprappallil

Een Goede Week

Als alles goed gaat, en alles gebeurt zoals wij het willen, zeggen wij dan dat het een goede dag of een goede week was. In de kerk hebben wij ook een goede week, de week voorafgaand aan Pasen. Maar in die week vonden er niet alleen goede dingen, maar ook pijnlijke gebeurtenissen plaats. De Goede Week begint op Palmzondag. We gedenken de intocht van Christus in Jeruzalem. Op die dag werd Hij nog onder toejuichingen, als een koning de stad binnen gehaald. Maar een paar dagen later hebben dezelfde mensen Hem gedood. Soms ervaren wij dit ook in ons leven: mensen die voor ons alles zijn, laten ons in de steek als dat hun beter uitkomt.

Witte Donderdag: We vieren deze avond de instelling van de Heilige Eucharistie en de instelling van het priesterschap. De laatste avond dat Jezus maaltijd hield met zijn apostelen en het ultieme teken van dienstbetoon gaf in de voetwassing. Als de Zoon van God doet Hij het werk van een slaaf. Op deze avond werd hij ook verraden. Een nacht waarin onze donkere kant naar boven komt drijven.

Goede Vrijdag: op die dag staan we stil bij een heel moeilijk moment. Jezus sterft aan het kruis. In de kerk komt dit verdrietige moment duidelijk tot uiting. Het altaar is leeg, er wordt deze dag geen Eucharistie gevierd. ’s Middags bidden we met elkaar de kruisweg van Jezus. In de kerk komen we samen om te luisteren naar het Lijdensverhaal en om het kruis te vereren. Echter het verhaal stopt niet op Goede Vrijdag. Jezus sterft weliswaar aan het kruis, maar uiteindelijk zal Hij verrijzen, met Pasen laat God zien  dat de dood niet het laatste woord heeft. Het Paasfeest mag een bron van hoop zijn. En dat maakt Goede Vrijdag ‘goed’, vandaar de naam.

Stille zaterdag: De dag erna is het stil, Jezus’ lichaam is in het graf gelegd, zijn leerlingen en volgelingen zijn gedompeld in rouw en verdriet.

Pasen: na de sabbat, de rustdag, vinden de leerlingen van Jezus het graf leeg en wordt hun gezegd: Hij is niet hier, Hij leeft! Pasen is juist: leven temidden van een wereld die vaak ‘dood’ is. Leven over de grenzen van de dood heen. Pasen is niet zomaar een feest. Het is het ‘Feest der feesten’, het brandpunt van het christelijke geloof. Het feest van het Leven.

Jezus heeft ons een voorbeeld gegeven van liefde en dienstbaarheid. Hij heeft niemand beschuldigd. Hij werd voor onze zonden op het kruis genageld en door Zijn dood zijn wij allen gered.

Zoals een wijze man zei: “Als je met één vinger naar een ander wijst, besef dan dat je met drie vingers naar jezelf wijst”. Je zou kunnen zeggen als je met één  vinger een ander beschuldigt, krijg je het drie keer terug. Laten wij deze week tot een Goede Week maken, tot een tijd van niet oordelen of veroordelen maar een tijd van dienstbaarheid en liefde.

Pastoor Muprappallil

Nood leert bidden

Door de oorlog tussen Oekraïne en Rusland komt er veel onrust in de wereld. Mensen ver weg en dichterbij zijn bang geworden. Jong en oud maken zorg over de oorlogssituatie en over de mensen in nood. Er zijn veel mensen die hun handen uit de mouwen steken om mensen te helpen. Ondertussen zijn er verschillende initiatieven in het leven geroepen om de vluchtelingen en noodlijdende mensen te helpen. Niet alleen door daden maar ook door vele gebeden steunen ze hun medemensen. Er zijn veel mensen begonnen om te bidden. Paus Franciscus heeft Aswoensdag als een dag van gebed uitgeroepen. Rusland en Oekraïne worden toegewijd aan het Onbevlekt Hart van Maria. Op 25 maart zal Paus Franciscus deze toewijding verrichten tijdens een boeteviering die hij om 17.00 uur zal leiden in de Sint-Pietersbasiliek. Op die dag houden wij na de mis van 19.00 uur een eucharistische aanbidding in de Antoniuskerk en bidden wij heel bijzonder voor wereld vrede.

Het geloof en gebed zijn een houvast in ons leven. Ik zag op één van de oorlogsfoto’s een ouder iemand uit Oekraïne,  lopend met een kruis op zijn schouders richting de grens om asiel te zoeken. Hij heeft in zijn moeilijkheden zijn houvast niet losgelaten. Het geloof helpt de mensen om verder te gaan, om te blijven vertrouwen dat God ons niet in de steek zal laten en dat het alles goed zal komen. Heel recent heb ik een mooi spreekwoord gezien over gebed: “Als je knieën beginnen te knikken, kniel er dan op neer!”. Bidden is praten met God. Hoe kunnen de mensen dat doen? Een gezamenlijke viering in de kerk is een moment van bidden met en voor elkaar. En mensen doen dat thuis ook door te lezen uit de Bijbel, een kaarsen aan te steken voor de beeltenis van een heilige, wijwater te gebruiken om een kruisje te maken, voor en na het eten bidden, spirituele boeken lezen enz.

Bidden is belangrijk voor jong en oud.  Een auto kan niet blijven rijden zonder op zijn tijd te stoppen om te tanken. Zo is het ook met mensen. Gebed is een vorm van tanken. Dan nemen wij tijd om tot rust te komen. Bidden blijft spannend en vormend. In onze parochies organiseren wij naast de dagelijkse viering in de kerk (door de week iedere avond om 18.30 uur rozenkrans gebed en om 19.00 uur een H. Mis in de Antoniuskerk en in het weekend in al onze kerken) ook verschillende activiteiten en verdiepingsmomenten voor de mensen. Iedere eerste maandag van de maand van 20.00 uur tot 21.30 uur is er een geloofsverdiepingsavond, iedere eerste zaterdag van de maand van 20.00 uur tot 22.00 uur een bijeenkomst van de jongeren, iedere tweede zaterdag van de maand van 14.00 uur tot 16.00 uur kindermiddag, een keer per maand op een avond vormelingen bijeenkomst enz. Wij zoeken ook vrijwilligers om deze activiteiten voort te zetten en om ons bestuurlijk te helpen. Wilt u ons helpen, neem dan contact met mij op.

“Bidden verandert niet de wereld, maar bidden verandert de mens. En de mens verandert de wereld” (Albert Einstein)

Pastoor Muprappallil